Voor den opperzangmeester, Al-tascheth; een psalm, een lied, voor Asaf. (75:2) Wij loven U, o God! wij loven, dat Uw Naam nabij is; men vertelt Uw wonderen.(75:3) Als ik het bestemde ambt zal ontvangen hebben, zo zal ik gans recht richten.(75:4) Het land en al zijn inwoners waren versmolten; maar ik heb zijn pilaren vastgemaakt. Sela.(75:5) Ik heb gezegd tot de onzinnigen: Weest niet onzinnig; en tot de goddelozen: Verhoogt den hoorn niet.(75:6) Verhoogt uw hoorn niet omhoog; spreekt niet met stijven hals.(75:7) Want het verhogen komt niet uit het oosten, noch uit het westen, noch uit de woestijn;(75:8) Maar God is Rechter; Hij vernedert dezen, en verhoogt genen.(75:9) Want in des HEEREN hand is een beker, en de wijn is beroerd, vol van mengeling, en Hij schenkt daaruit; doch alle goddelozen der aarde zullen zijn droesemen uitzuigende drinken.(75:10) En ik zal het in eeuwigheid verkondigen; ik zal den God Jakobs psalmzingen.(75:11) En ik zal alle hoornen der goddelozen afhouwen; de hoornen des rechtvaardigen zullen verhoogd worden.
Nederlandse Bijbel 1917
Domaine public
📱
Installeer deze app
Tik op Delen en daarna op Zet op beginscherm
Abonneer op onze nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van nieuwe profielen, evenementen en platformupdates.