Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Al-tascheth. (58:2) Spreekt gijlieden waarlijk gerechtigheid, gij, vergadering? Oordeelt gij billijkheden, gij, mensenkinderen?(58:3) Ja, gij werkt ongerechtigheden in het hart; gij weegt het geweld uwer handen op de aarde.(58:4) De goddelozen zijn vervreemd van de baarmoeder aan; de leugensprekers dolen van moeders buik aan.(58:5) Zij hebben vurig venijn, naar gelijkheid van vurig slangenvenijn; zij zijn als een dove adder, die haar oren toestopt;(58:6) Opdat zij niet hore naar de stem der belezers, desgenen, die ervaren is met bezweringen om te gaan.(58:7) O God! verbreek hun tanden in hun mond; breek af de baktanden der jonge leeuwen, o HEERE!(58:8) Laat hen smelten als water, laat hen daarhenen drijven; legt hij zijn pijlen aan, laat hen zijn, alsof zij afgesneden waren.(58:9) Laat hem henengaan, als een smeltende slak; laat hen, als ener vrouwe misdracht, de zon niet aanschouwen.(58:10) Eer dan uw potten den doornstruik gewaar worden, zal Hij hem als levend, als in heten toorn wegstormen.(58:11) De rechtvaardige zal zich verblijden, als hij de wraak aanschouwt; hij zal zijn voeten wassen in het bloed des goddelozen.(58:12) En de mens zal zeggen: Immers is er vrucht voor den rechtvaardige; immers is er een God, Die op de aarde richt.
Nederlandse Bijbel 1917
Domaine public
📱
Installeer deze app
Tik op Delen en daarna op Zet op beginscherm
Abonneer op onze nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van nieuwe profielen, evenementen en platformupdates.