Een lied Hammaaloth. Zij hebben mij dikwijls benauwd van mijn jeugd af, zegge nu Israel;Zij hebben mij dikwijls van mijn jeugd af benauwd; evenwel hebben zij mij niet overmocht.Ploegers hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun voren lang getogen.De HEERE, Die rechtvaardig is, heeft de touwen der goddelozen afgehouwen.Laat hen beschaamd en achterwaarts gedreven worden, allen, die Sion haten.Laat hen worden als gras op de daken, hetwelk verdort, eer men het uittrekt;Waarmede de maaier zijn hand niet vult, noch de garvenbinder zijn arm;En die voorbijgaan, niet zeggen: De zegen des HEEREN zij bij u! Wij zegenen ulieden in den Naam des HEEREN.
Nederlandse Bijbel 1917
Domaine public
📱
Installeer deze app
Tik op Delen en daarna op Zet op beginscherm
Abonneer op onze nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van nieuwe profielen, evenementen en platformupdates.