Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Aijeleth hasschachar. (22:2) Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, van de woorden mijns brullens?(22:3) Mijn God! Ik roep des daags, maar Gij antwoordt niet; en des nachts, en ik heb geen stilte.(22:4) Doch Gij zijt heilig, wonende onder de lofzangen Israels.(22:5) Op U hebben onze vaders vertrouwd; zij hebben vertrouwd, en Gij hebt hen uitgeholpen.(22:6) Tot U hebben zij geroepen, en zijn uitgered; op U hebben zij vertrouwd, en zijn niet beschaamd geworden.(22:7) Maar ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen, en veracht van het volk.(22:8) Allen, die mij zien, bespotten mij; zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd, zeggende:(22:9) Hij heeft het op den HEERE gewenteld, dat Hij hem nu uithelpe, dat Hij hem redde, dewijl Hij lust aan hem heeft!(22:10) Gij zijt het immers, die mij uit den buik hebt uitgetogen; die mij hebt doen vertrouwen, zijnde aan mijner moeders borsten.(22:11) Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af; van den buik mijner moeder aan zijt Gij mijn God.(22:12) Zo wees niet verre van mij, want benauwdheid is nabij; want er is geen helper.(22:13) Vele varren hebben mij omsingeld, sterke stieren van Basan hebben mij omringd.(22:14) Zij hebben hun mond tegen mij opgesperd, als een verscheurende en brullende leeuw.(22:15) Ik ben uitgestort als water, en al mijn beenderen hebben zich vaneen gescheiden; mijn hart is als was, het is gesmolten in het midden mijns ingewands.(22:16) Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, en mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; en Gij legt mij in het stof des doods.(22:17) Want honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven.(22:18) Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij.(22:19) Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.(22:20) Maar Gij, HEERE! wees niet verre; mijn Sterkte! haast U tot mijn hulp.(22:21) Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld des honds.(22:22) Verlos mij uit des leeuwen muil; en verhoor mij van de hoornen der eenhoornen.(22:23) Zo zal ik Uw Naam mijn broederen vertellen; in het midden der gemeente zal ik U prijzen.(22:24) Gij, die den HEERE vreest! prijst Hem; al gij zaad van Jakob! vereert Hem; en ontziet u voor Hem, al gij zaad van Israel!(22:25) Want Hij heeft niet veracht, noch verfoeid de verdrukking des verdrukten, noch Zijn aangezicht voor hem verborgen; maar Hij heeft gehoord, als die tot Hem riep.(22:26) Van U zal mijn lof zijn in een grote gemeente; ik zal mijn geloften betalen in tegenwoordigheid dergenen, die Hem vrezen.(22:27) De zachtmoedigen zullen eten en verzadigd worden; zij zullen den HEERE prijzen, die Hem zoeken; ulieder hart zal in eeuwigheid leven.(22:28) Alle einden der aarde zullen het gedenken, en zich tot den HEERE bekeren; en alle geslachten der heidenen zullen voor Uw aangezicht aanbidden.(22:29) Want het koninkrijk is des HEEREN, en Hij heerst onder de heidenen.(22:30) Alle vetten op aarde zullen eten, en aanbidden; allen, die in het stof nederdalen, zullen voor Zijn aangezicht nederbukken; en die zijn ziel bij het leven niet kan houden.(22:31) Het zaad zal Hem dienen; het zal den HEERE aangeschreven worden tot in geslachten.(22:32) Zij zullen aankomen, en Zijn gerechtigheid verkondigen den volke, dat geboren wordt, omdat Hij het gedaan heeft.
Nederlandse Bijbel 1917
Domaine public
📱
Installeer deze app
Tik op Delen en daarna op Zet op beginscherm
Abonneer op onze nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van nieuwe profielen, evenementen en platformupdates.