Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth. (61:2) O God! hoor mijn geschrei, merk op mijn gebed.(61:3) Van het einde des lands roep ik tot U als mijn hart overstelpt is; leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn.(61:4) Want Gij zijt mij een Toevlucht geweest, een sterke Toren voor den vijand.(61:5) Ik zal in Uw hut verkeren in eeuwigheden; ik zal mijn toevlucht nemen in het verborgene Uwer vleugelen. Sela.(61:6) Want Gij, o God! hebt gehoord naar mijn geloften; Gij hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uw Naam vrezen.(61:7) Gij zult dagen tot des konings dagen toedoen; zijn jaren zullen zijn als van geslacht tot geslacht;(61:8) Hij zal eeuwiglijk voor Gods aangezicht zitten; bereid goedertierenheid en waarheid, dat zij hem behoeden.(61:9) Zo zal ik Uw Naam psalmzingen in eeuwigheid; opdat ik mijn geloften betale, dag bij dag.
Nederlandse Bijbel 1917
Domaine public
📱
Zainstaluj tę aplikację
Dotknij Udostępnij, a następnie Dodaj do ekranu głównego
Subskrybuj nasz newsletter
Bądź na bieżąco z nowymi profilami, wydarzeniami i nowościami platformy.