Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach. (85:2) Gij zijt Uw lande gunstig geweest, HEERE! de gevangenis van Jakob hebt Gij gewend.(85:3) De misdaad Uws volks hebt Gij weggenomen; Gij hebt al hun zonden bedekt. Sela.(85:4) Gij hebt weggenomen al Uw verbolgenheid; Gij hebt U gewend van de hittigheid Uws toorns.(85:5) Breng ons weder, o God onzes heils! en doe te niet Uw toornigheid over ons.(85:6) Zult Gij eeuwiglijk tegen ons toornen? Zult Gij Uw toorn uitstrekken van geslacht tot geslacht?(85:7) Zult Gij ons niet weder levend maken, opdat Uw volk zich in U verblijde?(85:8) Toon ons Uw goedertierenheid, o HEERE, en geef ons Uw heil.(85:9) Ik zal horen, wat God, de HEERE, spreken zal; want Hij zal tot Zijn volk en tot Zijn gunstgenoten van vrede spreken; maar dat zij niet weder tot dwaasheid keren.(85:10) Zekerlijk, Zijn heil is nabij degenen, die Hem vrezen, opdat in ons land eer wone.(85:11) De goedertierenheid en waarheid zullen elkander ontmoeten; de gerechtigheid en vrede zullen elkander kussen.(85:12) De waarheid zal uit de aarde spruiten, en gerechtigheid zal van den hemel nederzien.(85:13) Ook zal de HEERE het goede geven; en ons land zal zijn vrucht geven.(85:14) De gerechtigheid zal voor Zijn aangezicht henengaan, en Hij zal ze zetten op den weg Zijner voetstappen.
Nederlandse Bijbel 1917
Domaine public
📱
تثبيت هذا التطبيق
اضغط مشاركة ثم إضافة إلى الشاشة الرئيسية
الاشتراك في نشرتنا الإخبارية
ابقَ على اطلاع بالملفات الجديدة والفعاليات وتحديثات المنصة.